Op de ledenvergadering van de CMTC-OVM vereniging Canada (2016) gaf Debbie Cockerton, kindergedragstherapeute, een presentatie over pesten onder kinderen/jongeren. Hoe kun je het tegengaan en hoe kunnen ouders hun kind steunen?
Hieronder een verkorte weergave van haar lezing.

Wat is eigenlijk pesten?

Pesten is iets dat met opzet gebeurt. De dader probeert het slachtoffer emotioneel of lichamelijk pijn te doen door wat hij/zij zegt of doet. Bij pesten is er sprake van machtsongelijkheid. Dat kan bijvoorbeeld doordat iemand in de klas groter is dan de andere leerlingen of sociaal begaafder of de leerling zit in een hogere klas of op een andere school. In ieder geval is er geen evenwicht tussen dader en slachtoffer.
Pesten is niet een conflict tussen twee leerlingen. Leerlingen kunnen ruzie of meningsverschillen hebben met hun klasgenoten en/of vrienden. Daar leren ze van om conflicten op te lossen en ze doen er probleemoplossende vaardigheden mee op. Hierbij heerst gelijkwaardigheid er is niet iemand die de macht heeft over iemand anders. Pesten is ook niet hetzelfde als plagen. Van plagen is sprake wanneer het gedrag niet structureel tegen dezelfde leerling gericht is en wanneer de machtsongelijkheid niet duidelijk aanwezig is. Als een leerling geplaagd wordt is geen sprake van uitsluiting, maar is de intentie juist om elkaar aan het lachen te maken.

Pesten is meer als iemand een bijnaam geeft aan een ander of een zin zegt die die ander echt pijn doet, en /of haar/zijn gevoelens raakt. De pestkop kan het ook zien aan de lichaamstaal van de ander. Als het om vrienden gaat zal de gepeste vriend zeggen: dat was geen leuke opmerking en de pestkop zal zijn verontschuldigingen aanbieden.
Bij pesten zal de pestkop merken dat bepaalde opmerkingen niet goed vallen bij de persoon die hij aanspreekt. De pestkop slaat de informatie op en zal zo’n opmerking opnieuw gebruiken. Ze bouwen een ‘database van beledigingen’ op.

Manieren van pesten

Verbaal met plagerijtjes, uitdagen, bijnamen geven. Het kan alleen met dader en slachtoffer plaatsvinden of in aanwezigheid van andere mensen. Het doel is om het zelfvertrouwen van het slachtoffer aan te tasten.
Lichamelijk pesten kan variëren van iemand opzettelijk laten struikelen, spugen, slaan, schoppen, dingen gooien naar iemand.
Sociaal pesten komt meer voor bij meisjes dan jongens. Dit is ook wel pesten door uitsluiten. Het zijn groepjes meisjes of jongens die anderen uitsluiten.
Bij digitaal pesten worden mobieltjes en internet (via Whatsapp, social media, zoals facebook) gebruikt om kinderen uit te schelden en te bedreigen. Daders denken anoniem te kunnen pesten dus ook dat ze van alles kunnen zeggen over het slachtoffer zonder gepakt te worden. De pakkans is gelukkig aardig groot.

Effect van pesten op slachtoffer

Pesten kan hele nare effecten bij het slachtoffer veroorzaken, zoals gevoel van eenzaamheid, (de meesten willen niet met slachtoffer omgaan omdat ze bang zijn zelf gepest te worden). Het slachtoffer krijgt vaak een lager zelfvertrouwen; als je verteld wordt dat je stom bent en er stom uitziet en niemand wil met je spelen etc. dan gaat dat zelfvertrouwen flink omlaag. Hij/zij zal school proberen te vermijden, want daar gebeurt het pesten (vaak smoesjes om niet naar school te hoeven, buikpijn etc)
Hij/zij zal zich erg ongemakkelijk voelen in groepssituaties; misschien gaat de dader hem/haar extra pesten. Verder is er vaak fysieke stress: slecht slapen, teveel slapen, buikpijn

Typisch slachtoffer van pesten

Iedereen kan slachtoffer zijn. Iemand die een zeer beperkt sociaal netwerk heeft (geldt eerder voor kinderen met een handicap/beperking). Iemand die een duidelijk gebrek aan zelfvertrouwen heeft (kinderen met een handicap hebben meestal minder zelfvertrouwen en de dader zal vooral het gebrek aanspreken omdat hij weet dat het slachtoffer daarover gevoeliger is.)
Ook iemand die het pesten niet zo snel zal melden, kan eerder slachtoffer worden.

Pestkop

Typische pestkoppen zijn zij die er plezier in scheppen om een ander in een angst- en stresssituatie te zien. Ze kunnen makkelijk lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen herkennen. Ze handelen vaak impulsief en zijn snel boos. Ze hebben weinig medeleven en beschuldigen vaak anderen. Ze voelen zich vaak superieur ten opzichte van het slachtoffer.
Omstanders zijn vaak een deel van het pestprobleem: als zij niks doen en het gedrag van de dader niet afkeuren of zelfs goedkeuren is dat een extra motivatie voor de dader om door te gaan.

Wat kun je als ouders doen

Zorg ervoor dat je een rolmodel bent voor je kind in wat je zegt en wat je doet.
Kinderen absorberen veel van wat je zegt ook al lijken ze niet te luisteren. Ze nemen veel van je over. Dat wat jij als normaal beschouwt beschouwen zij ook als normaal.
Praat open over pesten met je kinderen.  Zorg ervoor dat jouw normen en waarden duidelijk over komen op je kind.
Zorg ervoor dat er empathie is bij je kind voor het gedrag van een dader. Maak duidelijk dat pestkoppen niet zomaar pestkoppen zijn. Het kan bijvoorbeeld komen door een vervelende situatie thuis. Niet ieder kind heeft een veilige en prettige thuissituatie. Daardoor voelen ze zich van binnen vaak rot en zijn dan ook niet in staat om altijd goed met iedereen om te gaan. Je moet hetgeen de pestkop je aandoet scheiden en niet zien als iets gericht tegen jou persoonlijk. Als jij er niet was geweest dan had zo’n pestkop wel iemand anders aangepakt.

Leren negeren

Aangezien het de pestkop vooral gaat om een reactie moet je je kind leren om vooral niet te reageren. Dat valt vaak nog niet mee. Je kind kan wel geen reactie geven in woorden maar dan nog is het vaak te zien aan lichaamstaal(boze blik, gebalde vuisten etc). Je moet je kind stimuleren om pestgedrag aan te geven (aan de leraar of aan een speciale persoon op school, hangt eraf van af hoe dat geregeld is) en niet bang te zijn voor wraakacties van de pestkop. Alle scholen (in Nederland) hebben een antipestbeleid en de meeste scholen hebben dit vastgelegd in een pestprotocol. Als de pesterijen niet ophouden, kan de school bijvoorbeeld een externe deskundige inschakelen.

Rollenspel

Je kunt met behulp van een rollenspel oefenen met je kind om bijvoorbeeld het pestgedrag te negeren (vooral neutrale lichaamstaal aanleren) of hoe je pestgedrag aan een school kunt doorgeven. Het taalgebruik oefenen is daarbij belangrijk. Het komt anders over wanneer je tegen de leraar zegt: “Henk zit mij steeds te pesten.” Of : “Henk zit mij steeds vervelende bijnamen te geven en ook al heb ik een aantal keren gezegd om daarmee op te houden, hij gaat steeds door.”
Benadruk ook dat het niet de schuld is van je kind maar van de pestkop; het is de manier van de pestkop van omgaan met mensen. Versterk je kinds zelfvertrouwen door te benadrukken wat hij/zij allemaal kan. Vergroot je kinds sociale netwerk door ze regelmatig met vriendjes te laten afspreken en bijvoorbeeld mee te doen aan sociale activiteiten die ervoor zorgen dat hun negatieve gevoelens verminderen.
Dat je kind een beperking/handicap heeft wil niet zeggen dat hij/zij minder waard is. Ze kunnen wel het doel zijn maar hoeven niet noodzakelijkerwijs het slachtoffer te worden.